• Posts 25
  • Followers 2
  • Hearts 0
grcmspt 28-03-2013

Op 12 April zal het langverwachte boek van Kees Leebeek gepresenteerd worden. Vanaf die datum is het boek in de reguliere boekhandel te koop. Dit boek geeft een gedetailleerde beschrijving aan de hand van de beschikbare officiële documentatie van de toedracht van de Martin Mariner ongevallen. De Mariner heeft in korte tijd een twijfelachtige reputatie opgebouwd bij de MLD en krijgt de bijnaam "crew killer". 6 van de 17 toestellen verongelukken in een tijdsbestek van 2 jaar, waarbij in totaal 31 marinemensen om het leven komen: Een jaar voor de crash met de P-303 is de P-312 verongelukt in Merauke, Indië, waarbij 8 crewleden om het leven kwamen. Op 10 juni 1959 crasht de P-306 op de terugvlucht naar Nederland bij de tussenlanding op het eiland Goa doordat de rechtermotor uitvalt. 5 Crewleden en 3 passagiers kwamen om. Op 15 december 1959 slaat de de P-302 in de Papiti Baai over de kop en zinkt, met 5 doden tot gevolg. Het animo om op de Mariner te vliegen neemt snel af. Het ongeluk op 15 december 1959 is voor de marineleiding aanleiding om de PBM-5A uit dienst te nemen. Commandant A. J. de Bruin schrijft op 18 december 1959 aan de Marine leiding in Den Haag: “A. De ongevallen met de PBM-5A vliegtuigen geven mij de overtuiging dat de MLD niet in staat is onder de huidige omstandigheden met voldoende veiligheid met deze vliegtuigen te vliegen. B. De waarde van deze vliegtuigen voor de verdediging van Nederlands Nieuw Guinea acht ik zo gering, dat het brengen van meer offers niet gerechtvaardig is. C. Moge adviseren het vliegen met deze vliegtuigen definitief te stoppen. D. In afwachting uitslag onderzoek laatste ongeval heb ik het vliegen met deze vliegtuigen opgeschort.” Op 3 maart 1960 worden de Martin Mariners definitief buiten dienst gesteld.

grcmspt 15-03-2013

grcmspt 15-03-2013

Dit boek wat medio April verkrijgbaar zal zijn bij uitgeverij Geromy Bv, onder ISBN 97890818993657. (Zie ook www.geromybv.nl) gaat over de 4 Martin Mariner vliegrampen. Dit boek van oud-marinevlieger en historicus Kees Leebeek is geschreven op basis van authentieke bronnen en interviews met nog in leven zijnde bemanningsleden die dienden in Nederlands Nieuw Guinea in de periode van 1950-1960. De primitieve omstandigheden ter plekke vormden het levensechte decor waarin het loyale en plichtsgetrouwe marinepersoneel onder vaak moeilijke omstandigheden en ver verwijderd van huis en haard met deze grote amfibische vliegboten haar bijdrage leverde aan de verdediging van Nederlands Nieuw Guinea. Aan de hand van een aantal ernstige ongevallen - waarbij helaas tweeëndertig slachtoffers vielen en acht Mariners verloren gingen - vertelt dit boek niet alleen het e c h t e verhaal over deze rampen maar geeft het ook een unieke en onthullende blik achter de schermen bij de Koninklijke Marine Schrijver De Commandeur b.d. drs. Kees Leebeek (1944) heeft na de middelbare school enige jaren gevaren als koopvaardijofficier en werd in 1967 als dienstplichtig officier ingelijfd bij de Koninklijke Marine. Daar koos hij voor een functie als vlieger/waarnemer bij de marineluchtvaartdienst. Na vele operationele vliegende plaatsingen ondermeer op de Grumman S2F-Tracker, de Breguet Atlantic en de P3C Orion ging hij - na het volgen van de Hogere en Krijgskundige vorming - het bestuurlijke circuit in. Hij was commandant van de vliegtuigsquadrons 2 en 320 en later commandant van de groep maritieme patrouillevliegtuigen te Valkenburg. Zijn marineloopbaan werd in mei 2000 afgesloten in de functie van vlagofficier marineluchtvaartdienst, tevens souschef operatieën van de Koninklijke Marine. Na zijn leeftijdsontslag studeerde hij geschiedenis aan de universiteit van Leiden. Hij is getrouwd en heeft twee dochters en een zoon en zes kleinkinderen.

grcmspt 15-03-2013

Dit langverwachte boek van Kees Leebeek over de Martin Mariner ongevallen zal medio April verkrijgbaar zijn bij o.a. de uitgeverij Geromy, zie www.geromybv.nl (Prijs c.a. 42,95) Dit boek van oud-marinevlieger en historicus Kees Leebeek is geschreven op basis van authentieke bronnen en interviews met nog in leven zijnde bemanningsleden die dienden in Nederlands Nieuw Guinea in de periode van 1950-1960. De primitieve omstandigheden ter plekke vormden het levensechte decor waarin het loyale en plichtsgetrouwe marinepersoneel onder vaak moeilijke omstandigheden en ver verwijderd van huis en haard met deze grote amfibische vliegboten haar bijdrage leverde aan de verdediging van Nederlands Nieuw Guinea. Aan de hand van een aantal ernstige ongevallen - waarbij helaas tweeëndertig slachtoffers vielen en acht Mariners verloren gingen - vertelt dit boek niet alleen het e c h t e verhaal over deze rampen maar geeft het ook een unieke en onthullende blik achter de schermen bij de Koninklijke Marine Schrijver De Commandeur b.d. drs. Kees Leebeek (1944) heeft na de middelbare school enige jaren gevaren als koopvaardijofficier en werd in 1967 als dienstplichtig officier ingelijfd bij de Koninklijke Marine. Daar koos hij voor een functie als vlieger/waarnemer bij de marineluchtvaartdienst. Na vele operationele vliegende plaatsingen ondermeer op de Grumman S2F-Tracker, de Breguet Atlantic en de P3C Orion ging hij - na het volgen van de Hogere en Krijgskundige vorming - het bestuurlijke circuit in. Hij was commandant van de vliegtuigsquadrons 2 en 320 en later commandant van de groep maritieme patrouillevliegtuigen te Valkenburg. Zijn marineloopbaan werd in mei 2000 afgesloten in de functie van vlagofficier marineluchtvaartdienst, tevens souschef operatieën van de Koninklijke Marine. Na zijn leeftijdsontslag studeerde hij geschiedenis aan de universiteit van Leiden. Hij is getrouwd en heeft twee dochters en een zoon en zes kleinkinderen.

grcmspt 11-02-2013

Het is alweer 10 jaar geleden dat de Abadan bemanning van de Martin Mariner P-303 thuiskwam en op de begraafplaats Duinrust te Katwijk met Militaire eer onder zeer grote publieke belangstelling werden herbegraven.

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 29-09-2012

De foto's van de herdenking 10 september 2012 op de begraafplaats Duinrust te Katwijk staan in het fotoalbum.

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 29-09-2012

grcmspt 21-08-2012

De herdenking Abadan zal weer doorgang vinden op de begraafplaats "DUINRUST" te Katwijk. Bij gebrek aan beschikbare ruimte graag verzamelen bij de ingang om 12.45 uur. Om 13.00 uur zal dan de herdenking plaatsvinden. Na afloop zullen wij in een nabijgelegen lokatie samen komen.

grcmspt 21-08-2012

Squadron 321 Inzet: december 1949 - oktober 1962 Op 12 december 1949 werd op het Marinevliegkamp Morokrembangan (Soerabaja) het Squadron 7 in dienst gesteld, bestemd voor de dienst in Nederlands Nieuw-Guinea. Voor deze nieuwe eenheid werden drie Catalina-vliegboten en drie Catalina-amfibievliegtuigen beschikbaar gesteld. Op 24 december 1949 vertrok het squadron naar het Marinevliegkamp Biak, dat voor de komende 12 jaar haar thuisbasis zou zijn. In de loop van 1950 werden van Morokrembangan nog diverse Catalina's ingevlogen en konden oudere toestellen vervangen worden. Op 1 februari 1951 werd de naam van het squadron gewijzigd in "321". In 1951 werden in de Verenigde Staten ter aanvulling zes Catalina-amfibievliegtuigen gekocht. Op 19 december 1952 ging hiervan reeds de P-211 verloren in het Libanongebergte tijdens een vlucht naar Nederland. Hierbij werd de sergeant-vlieger J.H. Roeby gedood. In 1954 werden in Australië nogmaals zes Catalina's aangeschaft, waarvan er een werd gekannibaliseerd voor reserve-onderdelen. De taken van het squadron waren veelzijdig te noemen: oefenvluchten voor opleiding van personeel, oefeningen met schepen, maar bovenal transportvluchten. Ten behoeve van het gouvernement werd wekelijks de Wisselmerenlijn gevlogen en maandelijks de Vogelkoplijn. Verkenningsvluchten werden uitgevoerd in de binnenlanden, onder andere ter voorbereiding van de wetenschappelijke expeditie naar het Sterrengebergte. In 1956 kwam een deel van de transport- en lijndiensten van het squadron te vervallen, daar deze inmiddels door de NNGLM De Kroonduif konden worden overgenomen. Ook werden operationele taken uitgevoerd: verkenningen tegen vijandelijke infiltraties en het invliegen van detachementen mariniers naar bedreigde plaatsen. Vanaf maart 1956 werden bij het squadron de Catalina's vervangen door Martin Mariner's. Men had reeds enige tijd gezocht naar een vervanger voor de oudere Catalina's, die bij voorkeur een groter detachement mariniers zou kunnen vervoeren. Daar er geen nieuwe vliegtuigen beschikbaar waren, werden van de Amerikaanse marine 17 tweedehands Martin Mariner's overgenomen, waarvan er twee gekannibaliseerd moesten worden om de overige te kunnen reviseren. De laatste Catalina werd in 1957 van de sterkte afgevoerd. De aanschaf van dit vliegtuig bleek echter niet zo'n succes. Op 12 augustus 1957 verongelukte op het vliegveld van Merauke de Mariner P 312, waarbij alle inzittenden om het leven kwamen. Op vluchten van en naar Nederland verongelukten de P 303 te Abadan (10 sept 1958) en de P 306 te Goa (10 juni 1959), met verlies van de beide bemanningen. Hierna werd besloten de vliegtuigen voortaan per schip voor revisie naar Nederland te transporteren. Op 17 december 1959 verongelukte de 102 (ex-P 302) tijdens een verkenningsvlucht bij Soeni, waarbij de squadroncommandant om het leven kwam. Hierop werd besloten het toestel uit de dienst te nemen. Ter tijdelijke vervanging van deze toestellen werden vier Dakota's van de Koninklijke Luchtmacht overgenomen. Het overvliegen van deze toestellen vanuit Nederland naar Nieuw-Guinea bleek nog een hele toer, omdat verschillende landen de toegang weigerden. Hiermee werd vanaf april 1960 het squadron weer operationeel. Een belangrijk nadeel was echter dat men nu volledig gebonden was aan vliegvelden en landingsbanen. In januari 1961 ging een Dakota verloren tijdens een nachtelijke oefenvlucht bij Biak. Tijdens het bezoek van Hr.Ms. Karel Doorman aan Nieuw-Guinea in 1960 werden in de periode van 9 september tot 24 september luchtverdedigingsoefeningen gehouden in de Geelvinkbaai. Seahawks van Squadron 860, gestationeerd op het vliegdekschip, namen het op tegen Fireflies en Dakota's van de squadrons 7 en 321, vanaf het Marinevliegkamp Biak. In september 1961 kwam er een definitieve vervanging in de vorm van vijftien Lockheed P2V-7B Neptune verkenningsvliegtuigen. De Dakota's werden weer overgedragen aan de Koninklijke Luchtmacht. Met de toenemende spanning in 1962 werd de verkenningsrol van de Neptunes steeds belangrijker. De landingspoging van drie Indonesische torpedomotorboten op 15 januari op de zuidkust van Nieuw-Guinea, werd in de zogenaamde Slag bij de Vlakke Hoek in een gezamenlijke actie door de torpedobootjagers Evertsen en Kortenaer en een Neptune afgeslagen. Op 24 maart werd een Indonesische schoener nabij Fak Fak, na herhaalde waarschuwingen, door een Neptune met raketten tot zinken gebracht. Op 17 mei werd een Indonesische Dakota door een Neptune neergeschoten en had een andere Neptune een luchtgevecht met een Indonesische Mitchell-bommenwerper. Op 31 juli viel een Neptune een Indonesische onderzeeboot aan in de buurt van het eiland Noemfoor. Tenslotte werd een Indonesische landingspoging op Misool door een gezamenlijke actie van Hr.Ms. Friesland en meerdere Neptunes verijdeld. Met ingang van 1 oktober 1962 vertrokken vliegtuigen en personeel naar Nederland, alwaar het squadron in december uit dienst werd gesteld.

grcmspt 27-06-2012

Gedenkteken Luchtvarenden De wijze waarop de Nederlandse samenleving concreet invulling geeft aan herdenkingen heeft de laatste decennia andere accenten gekregen. Zo ontstond de wens om slachtoffers, bijvoorbeeld van vredesoperaties, te eren door oprichting van afzonderlijke gedenktekens waarop de namen van de gevallenen staan vermeld. In aansluiting op deze laatste ontwikkeling werd in 2007 de aanzet gegeven te komen tot de onthulling van gedenkzuilen ter nagedachtenis aan alle Nederlandse militairen van de militaire luchtvaart die zijn omgekomen in een luchtvaartuig als direct gevolg van oorlogshandelingen of een luchtvaartongeval bij de uitvoering van de aan hen opgedragen missie. In datzelfde jaar werd op 14 september de eerste fase van dit project voltooid voor de groep van luchtvarenden van de Koninklijke Luchtmacht uit de naoorlogse periode. Dit project is in mei 2010 voltooid. Toen zijn ook de namen van de andere vanaf 1913 omgekomen luchtvarenden op soortgelijke gedenkzuilen aangebracht. Bezoekregeling De Koninklijke Luchtmacht heeft, in samenwerking met het Bestuur Contactgroep Postactieven Luchtmacht van de regio Soesterberg, een bezoekersregeling getroffen voor de monumenten op de voormalige Vliegbasis Soesterberg. De bezoekdata worden elk jaar in januari bekend gemaakt. In 2012 zijn de monumenten te bezoeken op: woensdag 9 mei maandag 18 juni dinsdag 21 augustus woensdag 19 september donderdag 18 oktober dinsdag 13 november vrijdag 14 december Indien u het monument wilt bezoeken, kunt u dit uiterlijk 2 weken voor uw bezoek telefonisch, per post of e-mail kenbaar maken bij het evenementenbureau van de Koninklijke Luchtmacht. Bezoekers moeten zich om 10.30 uur melden in Evenementencentrum Casino Soesterberg, gelegen aan Kampweg 1 in Soesterberg. Het fotograferen van het monument is toegestaan. CLSK-Hoofdkwartier Evenementenbureau Koninklijke Luchtmacht Postbus 8762 4820 BB Breda Luchtmachtplein 1 4822 ZB Breda telefoon: +31 76 544 77 16

grcmspt 04-11-2011

grcmspt 04-11-2011

grcmspt 05-10-2011

Op 3 oktober j.l. heeft de Minister van Defensie Hans Hillen de nagedachtenis sculptuur en oorkonde mogen uitreiken aan de nabestaanden van Luitenant ter zee-vlieger eerste klasse Theodorus Hoebink. Tijdens deze ceremonie in de Prins Bernhardzall op de Pr. Juliana Kazerne te Den Haag sprak de Minister de volgende woorden: Toespraak voor de minister van Defensie, J.S.J. Hillen, ter gelegenheid van de uitreiking van de nagedachtenisoorkonde op 3 oktober 2011 te Den Haag. Let op: Alleen gesproken woord geldt! Nabestaanden, familie en vrienden van de omgekomen militairen van de Nederlandse krijgsmacht, U bent hier vandaag bijeengekomen voor de uitreiking van de nagedachtenisoorkonde en -sculptuur. Uit alle delen van Nederland. Als vaders en moeders. Als echtgenoten en als partners. Als broers en zussen. Als zonen en dochters. Uw naaste is omgekomen tijdens het dienen van het Koninkrijk der Nederlanden, bij de inzet voor vrede en veiligheid. Die inzet verdient het diepste respect. Met de uitreiking van de nagedachtenisoorkonde geeft de Nederlandse regering vandaag uiting aan dat respect. De Nederlandse regering draagt de verantwoordelijkheid voor het uitzenden van onze militairen. Regering en parlement besluiten hiertoe in de grootst mogelijke zorgvuldigheid. Tot de ernst van dat besluit behoort de wetenschap dat wij veel van onze militairen vragen. Wij vragen hen te werken in moeilijke, vaak risicovolle omstandigheden. Waar het kan gaan om leven en dood. Wat dat betekent , weet u als geen ander. Daarvan is de regering zich zeer bewust. Regering en u, nabestaanden, staan dan ook in een verantwoordelijkheidsrelatie tot elkaar. Die verantwoordelijkheid doet zich des te zwaarder voelen, als wij u moeten berichten dat uw dierbare is gesneuveld. U hebt dat bericht ontvangen. De regering beseft dat op zo’n moment een leven in volle bloei is beëindigd. De regering beseft het diepe verdriet bij u, het thuisfront. Vaak wordt gesproken over het hoogste offer dat de gesneuvelde militair heeft gebracht. Minder vaak wordt beseft dat ook de familie het hoogste offer heeft gebracht. Ik wil graag stilstaan bij wat dat voor het thuisfront betekent. Ik wil graag stilstaan bij wat het betekent als je naaste werkt bij de krijgsmacht. Wat het betekent als dan de vraag en ook opdracht komt om mee te gaat op uitzending. Uitzending naar een gebied waar al eerder militairen zijn gesneuveld. Wat zeg je dan? Als vader of moeder? Als broer of zus? Als partner, beste vriend of vriendin? Zeg je: doe het niet? Terwijl je weet dat het militaire vak zijn lust en zijn leven is? Terwijl je weet dat hij jarenlang heeft getraind en nu écht datgene kan gaan doen wat het militaire vak zo mooi maakt. . Samen met je kameraden erop uit en het verschil maken. Wat zeg je op zo’n moment? Dat zijn hele moeilijke momenten. Zeg je: Doe het niet? Of zeg je: Ga maar. Terwijl dat indruist tegen je eigen gevoel. Terwijl je hem eigenlijk graag vast wilt houden, vlakbij, in Nederland. Ze zijn gegaan. Natuurlijk zijn ze gegaan. Ze wilden. Dit is hun core business. U heeft ze in deze stap gesteund. U heeft meegeholpen met de voorbereiding, thuis het gezinsleven draaiende gehouden en meegeleefd met de ervaringen uit het missie-gebied. Dan, dat bericht. Dat uw naaste is gesneuveld. Ver weg van Nederland. Alle vragen die dan opkomen. Hoe is het gebeurd? Had dit voorkomen kunnen worden? Wie heeft dit gedaan? En waarom? Een zware, zware tijd. Wij hopen dat wij als Defensie ons deel hebben kunnen bijdragen aan het beantwoorden van die vragen. Ook de nabestaandenreizen hebben tot doel daar aan bij te dragen. Ik spreek mijn bewondering uit voor de manier waarop u uw verlies een plaats probeert te geven in uw leven. Vanaf deze plaats wil ik u daarbij meegeven dat één inzicht troost kan bieden. En dat is dat de inzet van deze militairen is van betekenis geweest. Daarom noemen wij hun namen met respect. Daarom vergeten we hen niet. De militairen die we vandaag eren zijn uitgezonden in verschillende operaties. Ik noem als eerste de inzet in Nieuw-Guinea. Wij eren vandaag Luitenant-ter-Zee Vlieger der Eerste Klasse Theodorus Hoebink, overleden op 10 september 1958 te Abadan. Luitenant Hoebink kwam om tijdens een ongeval met de op Biak gestationeerde Martin Mariner P 303. Na eerdere moeilijkheden zou het toestel op tien september via Abadan (Iran) naar Nederland vertrekken voor groot onderhoud. Maar kort na de start ging het mis. De piloot meldde een olielek en keerde terug naar het vliegveld. Vlak voor de landingsbaan verongelukte het toestel. Alle inzittenden kwamen om. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Marineluchtvaartdienst. De omgekomen mannen zijn in 2003 na een herdenkingsbijeenkomst op Marinevliegkamp Valkenburg herbegraven op Katwijk. Wij eren vandaag ook Sergeant Vliegtuigtelegrafist en drager van het Vliegerkruis Constantijn Gabeler en Sergeant Vlieger Simon Bruin, beiden omgekomen op 11 juni 1959 te Goa. De Martin Mariner P 306 van sergeanten Gabeler en Bruin en hun collega’s was op weg naar Nederland en wilde op 10 juni 1959 een tussenlanding maken op Goa, in het tegenwoordige India. Het toestel raakte een stenen muur en verongelukte. Vier inzittenden kwamen om het leven. Vier collega’s overleden na redding alsnog een dag later op 11 juni in het plaatselijke ziekenhuis. Waaronder Gabeler en Bruin. Opnieuw een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Marineluchtvaartdienst. Voor de inzet van onze militairen in Nieuw-Guinea is niet altijd evenveel aandacht geweest. Deze militairen verdienen ons respect voor de professionele uitvoering van hun opdracht in de context van hun tijd. Geachte aanwezigen, Wij eren vandaag ook de militairen die vielen in Afghanistan. Wij eren luitenant-kolonel-arts Fons Dur, overleden op 17 november 2010 te Tarin Kowt. Wij eren korporaal der eerste klasse Luc Janzen, gesneuveld op 22 mei 2010 te Deh Rawod. Wij eren marinier der eerste klasse algemeen Marc Harders, gesneuveld op 17 april 2010 te West Deh Reshan. Wij eren korporaal der mariniers algemeen Jeroen Houweling, gesneuveld op 17 april 2010 te West Deh Reshan. Allen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de missie in Afghanistan. Een missie die zichtbare resultaten heeft opgeleverd. Tijdens de Nederlandse bijdrage aan de ISAF-missie van de NAVO tussen 2006 en 2010 is de veiligheidssituatie in Uruzgan geleidelijk verbeterd, is de economische ontwikkeling op gang gekomen… …. en is het bestuur langzaam beter gaan functioneren. Veel kinderen krijgen nu beter onderwijs dan 4 jaar geleden, de gezondheidszorg is verbeterd en de provincie is zowel over de weg als door de lucht beter toegankelijk. Ook is er meer economische bedrijvigheid. vier jaar is kort om onomkeerbare resultaten te kunnen boeken. Maar de missie, en daarmee de inzet van deze militairen, heeft voor duizenden Afghanen wel degelijk het verschil gemaakt. In verschillende omstandigheden hebben de gesneuvelde militairen het de Nederlandse krijgsmacht mogelijk gemaakt haar missies uit te voeren. Uw naasten hebben daarmee bijgedragen aan de veiligheid, stabiliteit en welvaart die alle burgers van Nederland genieten. Zij hebben bijgedragen aan de internationale vrede en veiligheid. Zij hebben bijgedragen aan het bevorderen van de internationale rechtsorde, een taak die is vastgelegd in onze Grondwet. Zij hebben hun verantwoordelijkheid genomen. Zij hebben dat – onder moeilijke omstandigheden - op uitstekende wijze gedaan. Wij zijn hen daar tot op de dag van vandaag dankbaar voor. Want zo vanzelfsprekend is dat niet. Hoe vaak staan mensen niet aan de kant, juist als actie nodig is? Hoe vaak denken mensen niet: laat een ander het maar opknappen. Deze mannen zaten anders in elkaar. Zij deden wat nodig was. Zij waren uit het juiste hout gesneden. De krijgsmacht én de Nederlandse samenleving hebben veel aan hen te danken. Om uiting te geven aan het respect voor hen én hun nabestaanden, reikt de regering daarom vandaag de nagedachtenisoorkonde uit aan u, de nabestaanden. Naast de oorkonde is ook een sculptuur ontworpen. Het beeld is geïnspireerd op vlag, heroïek en troost. Ook heeft de beeldend kunstenaar gewerkt met het symbool van de missing-man-formatie. Dames en heren, Dan gaan wij nu over tot de uitreiking van de nagedachtenisoorkondes en sculptuur. Als teken van respect voor de gesneuvelde militair. Als teken van erkenning voor u als nabestaanden. Omdat wij ons blijvend verbonden weten. Dank u wel.

grcmspt 27-08-2011

Volg de link voor de Abadan foto's: http://www.maritiemdigitaal.nl/index.cfm?event=search.getsimplesearch&saveToHistory=1&database=ChoiceMardig&needImages=YES&searchterm=Abadan

grcmspt 27-08-2011

Volg de link naar een Canadeese Website: http://www.vpinternational.ca/BOR/Book/honour_roll_14.html